

Met zijn achtergrond als werktuigbouwkundige en de brede ervaring die hij opdeed in gebouwgebonden installaties, elektro- en regeltechniek bestaan er voor commissioningspecialist Roy van der Mark op dat gebied niet veel geheimen meer. ‘Ik ga verder dan de standaardtesten, maar kijk ook nadrukkelijk wat er gebeurt wanneer installaties in storing gaan. Dat is vaak met eenvoudige aanpassingen te verbeteren. Als je commissioning zo benaderd, kun je veel faalkosten verminderen.’
Alhoewel Roy officieel commissioningspecialist is, vertoont zijn functie veel overlap met die commissioningmanager. ‘Toen ik mijn cursus volgde - ik zat in de tweede of derde lichting - bestond dat onderscheid nog niet. Toen was het nog gewoon commissioner’, blikt Roy terug. ‘In de praktijk ben ik eigenlijk beide. Het is in dit vak erg belangrijk dat je een heel brede ervaring in dit werk hebt. Je moet wel een beetje door de wol geverfd zijn.’
‘Ik werk momenteel voor TNO met als doel om de faalkosten in de bouw, onnodige kosten die meestal pas tijdens de uitvoering zichtbaar worden, te verminderen. Dat komt zonder commissioning neer op 5 tot 10% en in extreme gevallen tot meer dan 20% van het hele project. Het gaat vaak om significante bedragen. Een gebouw, proces of systeem zou minimaal 10% goedkoper kunnen zijn wanneer het in één keer goed wordt gemaakt. De rol die een commissioningspecialist in zo’n project had kunnen spelen, wordt nog steeds onderschat.’
‘En commissioning begint eigenlijk al bij de ontwerpende kant. In de specialistische bouw kennen we het zogenoemde ‘V-model’ waarbij de linkerpoot van de ‘V’ de ontwerpkant symboliseert, terwijl de rechterpoot ervan het bouwproces zit. Het begint aan de linkerkant van dit kwaliteitsmodel met het programma van eisen, en eindigt aan de rechterkant met de gewenste productkwaliteit. Daar zitten echter heel veel stappen tussen – schetsontwerp, voorontwerp, definitief ontwerp en uitvoerend ontwerp – waarin informatie verloren kan gaan. Het budget is daarbij vaak de reden dat er keuzes worden gemaakt om iets op een andere manier uit te voeren, alleen worden deze wijzigingen vaak niet goed gedocumenteerd. Al die wijzigingen kunnen echter een flinke impact hebben op de eindkwaliteit. Het is aan de commissioningspecialist/-manager om die eindkwaliteit te borgen.’
‘Het is overigens vaak helemaal geen opzet dat er minder kwaliteit wordt geleverd dan in het programma van eisen is opgenomen’, weet Roy. ‘Er wordt bijvoorbeeld een bestek gemaakt en aanbesteed en vervolgens komt de installateur met een wijzigingsvoorstel. Of er moeten kritieke onderdelen in het ontwerp worden aangepast. Daar moet de adviseur dan wat van vinden. Als daar niet voldoende tijd in wordt gestopt, heb je ook kans dat daar weer informatieverlies plaatsvindt. In al die processen zitten kansen in het proces die ten nadele van de klant worden doorgevoerd. In de waan van de dag worden gemaakte keuzes ook onvoldoende vastgelegd, omdat het gelijkwaardig lijkt te zijn met het oorspronkelijke idee. Dat is het negen van de tien keer ook wel, maar die tiende keer dus niet.’
‘Het zou een enorme meerwaarde hebben wanneer je als commissioningspecialist al in die linkerpoot van het V-model, dus bij het ontwerpproces, mag meekijken. Een goed moment daarin is het bijdragen in de zogenaamde designreviews. Dan zit je immers aan de voorkant en hoef je aan de achterkant niet of minder te repareren. In de praktijk komen we echter pas meestal in beeld in de rechterpoot van het V-model. Dan gaan we toetsen en vinden we van de honderd items die in het hele ontwerpproces zijn gewijzigd er tachtig terug. Die kunnen we dan aanpassen, maar die resterende twintig blijven bestaan. Soms is een wijziging gewoon goed geweest, maar het kan ook voorkomen dat het uiteindelijk een negatieve impact heeft. De gebruiker kan daar dan last van krijgen in zijn proces.’
‘Bovendien maken we ons daardoor niet altijd geliefd bij de partijen die zich bezighouden met de uitvoering. Vooral wanneer je halverwege het proces kom invliegen’, lacht Roy. ‘Het ontwerp is dan gemaakt, men is al aan het bouwen en dan kom jij als commissioningspecialist ineens allerlei vragen stellen. Dat wordt vaak als belastend ervaren. Je bent een soort paria die het proces komt verstoren. Uiteindelijk komt dat wel weer goed tegen de tijd dat het project wordt opgeleverd en wordt erkend dat onze inmenging toch wel nuttig is geweest. Het is vaak een beetje balanceren. Koorddansen. Je moet een dikke huid hebben.’
‘Eigenlijk moet er van de overgang van de ene fase naar de andere een projectoverdrachtsdocument worden gemaakt waarin alle wijzigingen en besluiten worden vastgelegd. Daarin zouden ook de commissioningsaspecten moeten worden meegenomen. In heel veel bestek staan wel bepaalde normen genoemd, maar er staat niet altijd bij onder welke omstandigheden getest moet worden. En in een norm heb je soms verschillende keuzes. Als deze niet worden benoemd in je bestek, zal de aannemer of installateur de versie kiezen met de minste impact. Om dergelijke zaken te voorkomen, willen wij als commissioningspecialist steeds verder naar voren schuiven richting het ontwerpproces.’
‘Eén van mijn specialiteiten als commissioningspecialist is de regeltechniek. Daar gaat het in de praktijk vaak het meeste mis. Want hoe moet je alles integraal laten samenwerken in een gebouw? Onder het gebouwbeheersysteem vallen bijvoorbeeld de brandmeldinginstallatie, maar ook de toegangscontrole. In de praktijk zijn er weinig uitvoerende partijen die dat proces volledig voor elkaar hebben. Wij toetsen dat met de ISAT-test wat staat voor ‘Integrated Site Acceptance Testing’. Daarnaast heb je ook nog de SAT-test: Site Acceptance Testing. De ISAT-test is eigenlijk een test waarbij je een keer een brandmelding gaat organiseren of een stroomuitval simuleert. Vervolgens ga je controleren of alles automatisch weer opstart. Al die systemen moeten dan aantoonbaar integraal functioneren.’
‘Heel veel partijen beperken zich tot alleen zo’n brandmelding of alleen de stroomuitval. Ik ga een stap verder. Ik kijk naar faalgedrag van installaties. Wat gebeurt er als de retourluchtventilator uitvalt? Heb ik dan nog steeds een veilige situatie in mijn laboratorium of ontstaat er een grote onder- of overdruk in die ruimte? Dat komt bij standaard commissioning vaak niet aan het licht.’
Niet alleen is Roy een bevlogen commissioningspecialist, maar hij heeft ook een passie voor verduurzaming. ‘Dat is ook een aspect dat ik altijd meeneem tijdens de controle van gebouwinstallaties. Dus functioneren de installaties ook binnen de gestelde parameters? Gebeurt dat op de meest efficiënte manier? De energieprestatie neem ik nadrukkelijk mee in mijn beoordeling.’
‘Gelukkig wordt in toenemende mate de meerwaarde van commissioning ingezien’, besluit Roy. ‘Je voorkomt er fouten mee en kunt er veel geld in de vorm van het voorkomen van faalkosten door besparen. Daarin ligt een belangrijke rol voor ons weggelegd.’





